‘Hou je van mij net zoveel als van Siem?’ De vraag waar ik bang voor was, is gesteld. De vraag die mij al vanaf de eerste plaatsing bezighoudt. Hoe kun je aan (pleeg)kinderen uitleggen hoeveel je van ze houdt? Moet je het eigenlijk wel uitleggen? Is er een meer of minder houden van, als je eigen kinderen en pleegkinderen in huis hebt? En waarom voelt mijn liefde voor Siem niet hetzelfde als de liefde voor mijn pleegdochters? Waarom kan ik niet gewoon hetzelfde soort liefde voelen? En waarom maak ik me daar druk om? Ik dacht dat wat ik voelde, misschien niet genoeg was. Ik had er last van en voelde niet genoeg liefde voor mezelf hierover. Totdat ik er heel voorzichtig over ging praten met mijn pleegzorgbegeleider. Zij heeft mij geholpen om dat wat ik voelde, te leren begrijpen en de lat hierin een heel stuk lager te leggen. Er zijn zoveel soorten liefde en het heeft mij geholpen om niet de gaan vergelijken.
Als ze het nu vraagt, zeg ik altijd: ‘Ik hou van papa, hij is mijn man en vriend. Ik hou van Siem, hij is in mijn buik gegroeid, hij is mijn kind. Ik hou van jullie, mijn pleegdochters. Jullie zijn gegroeid in mijn hart, ik mag voor jullie zorgen’. Ik hou van mijn vrienden. Ik hou van mijn familie. Het zijn allemaal andere soorten liefde, maar niet minder liefdevol of waardevol. Nu ik dat weet en voel, mag ik met alles wat ik weet en voel, dus met mijn hele hart, voor deze meiden zorgen.
Hoeveel ik van jullie hou, kan ik niet tellen
En is niet met woorden te vertellen
Voor elk van jullie, voor elk apart
Is er een houden van in mijn hart
Hoeveel ik van je hou? Met mijn hele hart! Reken daar maar op.