Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

De klik mag groeien

De klik mag groeien

Terug naar alle verhalen

Hoe weet je of een kind past in jouw gezinshuis? Is de klik er meteen, of groeit die pas later? In dit artikel vertelt Lisa Houtman, gezinshuisouder, hoe zij en haar man het plaatsingsproces ervaren. Over intuïtie én realisme, over zorgvuldig kiezen, luisteren naar je gevoel en ruimte geven.

Het woord ‘klik’ komt vaak voorbij als het gaat over een plaatsing in een gezinshuis. Alsof je meteen weet: dit is het. In de praktijk werkt het meestal anders. “Voor ons begint het vooral met luisteren,” vertelt Lisa. “Wat is het verhaal van het kind? Daar krijg je een eerste gevoel bij. Soms denk je: oh ja. Soms: oei. Maar eerlijk gezegd hebben wij dat laatste nog niet vaak gehad.” Dat gevoel is lastig te verklaren. “Je weet niet precies waarop het gebaseerd is. Het ontstaat terwijl je luistert. En op dat gevoel ga je verder.”

Vooraf wordt er al zorgvuldig gekeken

Een plaatsing begint nooit zomaar. Lisa vertelt hoe dit meestal gaat: “iHub kijkt vooraf al heel goed: wat zou kunnen passen? Wij hebben duidelijk aangegeven waar wij nu aan toe zijn, wat we aankunnen en welke begeleiding wij kunnen bieden.”
Op basis van de eerste, vaak nog beperkte informatie (alleen leeftijd, geslacht en een korte situatieschets), ontstaat een eerste afweging. “Dan denk je: willen we hier meer over weten, of niet?” Pas daarna volgt uitgebreidere informatie over de achtergrond, de ontwikkeling en het gedrag van het kind.

Belangrijke vragen zijn heel concreet:
- Welke leeftijd hebben ze, en wat betekent dat in ons dagelijks leven?
- Welke ontwikkeling hebben ze doorgemaakt?
- Past dit kind/deze kinderen bij de andere kinderen die we nu al in huis hebben?
- Hoeveel aanpassing vraagt dit van ons leven nu?

“Het gaat niet alleen om gevoel, maar ook om eerlijk kijken: kunnen wij bieden wat dit kind nodig heeft?”

Intuïtie én afwegen

De klik is dus niet alleen intuïtief. “Je gebruikt je gevoel, maar je weegt het ook”, vertelt Lisa. “We stellen vaak veel vragen: over gedrag, structuur, reacties op spanning, alleen thuis kunnen zijn, omgaan met bezoek, en welke groei er al is gezien. Je vergelijkt: past dit bij ons, of gaat dit enorm botsen? En waar moeten we ons op voorbereiden? Het is ook observeren en inschatten. Tegelijk kun je niet álles van te voren helemaal afbakenen.”

Daarom is er meestal een kennismakingstraject. Eerst ontmoet het gezinshuis de kinderen in hun vertrouwde omgeving, daarna komen de kinderen bij hen thuis. Afhankelijk van de leeftijd gebeurt dat één of meerdere keren. “We vinden het belangrijk dat het een zo zacht mogelijke overgang is. Soms nemen ze iets mee dat ze hier achterlaten. Dat dat voorwerp al een plekje krijgt en de kinderen weten dit is ook mijn huis.”

Als het anders loopt dan gepland

Niet elke plaatsing verloopt volgens het boekje. “Bij een recente plaatsing was er tijdsdruk”, vertelt Lisa. Dat maakte het spannend.” Ook de kinderen die al in het gezinshuis wonen, worden meegenomen in het proces. “We hebben hen ongeveer vijf dagen van tevoren verteld dat er nieuwe kinderen zouden komen. We kregen een filmpje van de nieuwe kinderen wat we konden laten zien. We vertelden hoe oud ze waren en wat ze leuk vonden. De meiden die we al in huis hebben mochten vragen stellen, helpen met de kamer inrichten en zelf iets uitzoeken om te geven aan de nieuwe kinderen: een knuffel voor in bed. Op die manier konden zij de nieuwe kinderen welkom heten.”

Voor de nieuwe kinderen lag de voorbereiding vooral bij de plek waar zij woonden. “Zij kregen foto’s en namen van ons. En toen ze hier kwamen, hebben we het vooral laten gebeuren.” Spullen uitpakken, een plek geven in huis en ontdekken. “De eerste dagen zijn vooral observeren: wat doen ze? Hoe zoeken ze contact? Wat vinden ze oké?”

“Forceren doen we niet. Je laat kinderen voelen, rondlopen, overal zitten, kastjes opentrekken. Zo maken ze het huis eigen.”

Een klik mag groeien
“Een klik moet eigenlijk altijd groeien,” vertelt Lisa. “Je hebt vooraf wel een gevoel, maar het echte werk begint pas als een kind er is.” En als die klik vanuit het kind niet lijkt te komen? “Dan bespreek je dat met elkaar. Is het boosheid over of op de situatie, of echt iets wat niet past? Dat verschil is belangrijk.”
Wat het Gezinshuis helpt in die eerste periode, is goede ondersteuning. “We hebben veel contact met de gezinshuisconsulent en gedragswetenschapper. We bespreken onze eerste indrukken, zorgen en vragen. Zij kennen de casus goed en kunnen helpen inschatten: is dit normaal, te overzien, of te groot?” Ook het eigen netwerk speelt een rol, al is dat soms zoeken. “Je kunt niet alles delen, maar wel je gevoel. Even bellen met mijn moeder en zeggen: dit is wat er speelt, dit voel ik erbij.”

Zorgvuldig kiezen wat past

Lisa en Jelmer hebben tot nu toe nog niet letterlijk ‘nee’ gezegd tegen een plaatsing, maar wel keuzes gemaakt. “We kregen in het begin keuze uit meerdere casussen. Dan kies je bewust wat wel en niet past.” Voor anderen die dit spannend vinden, hebben ze een duidelijke boodschap: “Je voelt vaak vrij snel of iets wel of niet oké is. En als je veel twijfel of zorgen hebt: deel ze. Ga het gesprek aan. Als je het niet ziet zitten, dan zie je het niet zitten. Hoe moeilijk dat ook is, omdat je niemand wilt teleurstellen.”

Lisa vertelt: “We zijn daarin vrij nuchter. Wat niet gaat, gaat niet. Daarom is kennismaking zo belangrijk. En daarom was de laatste plaatsing ook spannend. Gevoel oké? Of gevoel met een ‘maar’? Dat moet je serieus nemen.”
Een klik laat zich niet afdwingen. Soms voelt het snel goed, soms heeft het tijd nodig. Wat telt, is dat er ruimte is voor zorgen, gesprek en zorgvuldige keuzes. Want pas als iedereen zich gehoord voelt, kan een plaatsing uitgroeien tot een plek waar een kind echt mag landen.

Gezinshuis starten? Kom naar de informatieavond

Binnenkort geven wij weer een informatieavond voor mensen die overwegen of het starten van een gezinshuis bij hen past.