Soms moet een pleegkind verhuizen om redenen waar niemand iets aan kan doen. Toch voelt het voor een jongere vaak alsof ze opnieuw moeten beginnen.
Ik begeleidde een meisje van 19 jaar dat twee keer van pleeggezin moest wisselen door ingrijpende omstandigheden. De eerste keer omdat haar pleegvader ernstig nierpatiënt was; de zorg voor hem én voor een puber werd te zwaar. De tweede keer omdat haar pleegmoeder, vier maanden na plaatsing, de eerste symptomen van ALS kreeg. Twee jaar later kwam opnieuw de vraag: moest zij weer verhuizen?
Voor haar was het antwoord duidelijk. Ze wilde niet nóg een keer naar een nieuw pleeggezin. Twee keer afscheid nemen had ervoor gezorgd dat ze weinig energie meer voelde om zich opnieuw aan een gezin te verbinden.
Terug naar haar moeder was na al die jaren in de pleegzorg ook geen passende optie.
Dus keken we samen naar een andere vraag: wat kan wél?
Dat werd een eigen plek. Met begeleiding waar nodig, maar vooral met rust en zelfstandigheid. In overleg met de gemeente schreef ik een brief waarin haar situatie en voorgeschiedenis helder werden uitgelegd. Die werd toegevoegd aan haar dossier bij de woningbouwcorporatie.
Een paar maanden later kwam het bericht waar ze bijna niet meer op durfde te hopen: er was een woning beschikbaar.
Het loste niet alles op. Maar het gaf haar wel iets belangrijks: een plek die niet tijdelijk voelde. Een plek waar ze niet opnieuw weg hoefde omdat de omstandigheden van iemand anders veranderden.
Misschien is dat ook pleegzorg: blijven zoeken naar wat wél mogelijk is. Ook als het leven anders loopt dan gehoopt, kun je samen blijven kijken naar een oplossing die rust, perspectief en stabiliteit biedt.
Wij zoeken pleegzorgbegeleiders!
Wil jij, net als in dit verhaal, iets betekenen voor kinderen en pleeggezinnen?
Misschien is de rol van pleegzorgbegeleider wel iets voor jou. Bekijk hier onze vacatures.