Je browser is verouderd en geeft deze website niet correct weer. Download een moderne browser en ervaar het internet beter, sneller en veiliger!

Vertrouwen groeit in de kleine momenten

Vertrouwen groeit in de kleine momenten

Terug naar alle verhalen

Hoe groeit vertrouwen tussen een kind en een gezinshuisouder? In dit artikel vertelt Lisa Houtman, gezinshuisouder, hoe zij en haar man bouwen aan vertrouwen met de kinderen die bij hen komen wonen. Over kleine, betekenisvolle momenten, over consequent zijn in wat je doet en zegt, en over het geduld dat nodig is om een kind stap voor stap te laten ervaren: je bent hier veilig.

Vertrouwen begint niet vanzelf

Ieder kind brengt zijn eigen ervaringen en verwachtingen mee. Voor veel kinderen die in een gezinshuis komen wonen, is vertrouwen niet vanzelfsprekend. Sommigen staan vanaf het begin wantrouwig tegenover volwassenen. “Een van onze kinderen staat best wantrouwig in de wereld,” vertelt Lisa. “Het gaat al beter dan in het begin, maar we moeten daar hard aan blijven werken. Haar zusje had dat minder, maar ook daar merk je: je moet betrouwbaar zijn.”

Betrouwbaar zijn betekent in de praktijk iets heel concreets: doen wat je zegt, en zeggen wat je doet. “Dat is ook wat we leren in de training”, vertelt Lisa. “Dit vraagt om zorgvuldigheid. “Als wij zeggen dat iets gaat gebeuren, dan moet het ook echt gebeuren. Anders zeggen we het liever niet.” Want een belofte die niet uitkomt, bevestigt voor een kind vaak precies datgene waar het al bang voor is: dat volwassenen niet te vertrouwen zijn.

Wantrouwen in het dagelijks contact

Dat wantrouwen wordt zichtbaar in kleine, dagelijkse momenten. “Dan zeg je: ‘Ik haal je vanmiddag uit school’, en dan krijg je meteen: ‘Nee, dat doe jij niet.”
Juist dan komt het erop aan.
“Dan zorg je dat je er bent. Liefst net een beetje te vroeg. Zodat ze mij zien en dan weten: je hebt het gezegd, en je doet het ook.”

Volgens Lisa zit daar de kern:

“Doen wat je zegt, en zeggen wat je doet. Dat klinkt simpel, maar dat is echt de basis.”
Door voorspelbaar te zijn in gedrag. Zo ontstaat langzaam de ervaring: wat deze volwassene zegt, klopt. Dat proces kost tijd, zeker wanneer eerdere ervaringen met volwassenen onbetrouwbaar waren.

Vertrouwen zit in het gewone

Vertrouwen groeit in de herhaling van kleine, dagelijkse dingen. Vaste rituelen spelen daarin een belangrijke rol. “Ons bedritueel ziet er eigenlijk elke dag hetzelfde uit”, vertelt Lisa. “Als dat anders gaat, merk je meteen dat dat stress oplevert. De voorspelbaarheid geeft rust en houvast. Afwijkingen van die structuur kunnen juist spanning oproepen”.

Zelfs wanneer anderen tijdelijk de zorg overnemen, bijvoorbeeld een oppas, helpt het om dezelfde structuur en rituelen aan te houden. Herkenbaarheid maakt dat een kind zich veilig kan blijven voelen.

Ook één-op-één aandacht is essentieel. “Als ik merk dat een van de kinderen wat wantrouwender is of even haar dag niet heeft, zorg ik dat ik tijd maak voor onverdeelde aandacht. Dat ze zich gezien voelen zonder afleiding. Het zijn juist die momenten die bijdragen aan het gevoel van veiligheid.”

Ruimte voor echte nabijheid

Er zijn momenten waarop een kind zich echt laat zien. Vaak zijn dat kwetsbare momenten, waarin emoties naar boven komen.

Lisa herinnert zich zo’n moment met een van de meisjes: “Ze kwam op een gegeven moment bij mij met een angst over haar moeder. Dat ze bang was dat haar moeder haar zou vergeten.” Dat ze dat durfde te delen, was bijzonder. “Ze liet haar emoties zien. Ze kon huilen en liet zich vasthouden. Dat ze dat toeliet… dat was echt een moment.” Fysieke nabijheid is namelijk niet vanzelfsprekend. “Je bent geneigd om een kind even vast te pakken, maar dat kan niet altijd. Dat vraagt om geduld en afstemming, dat moet groeien.”

Juist daarom zijn momenten waarop een kind zich laat troosten of nabijheid toelaat, zo betekenisvol. Ze laten zien dat er langzaam iets verandert.

Vertrouwen onder druk

Het opbouwen van vertrouwen gaat niet zonder hobbels. Kinderen kunnen gedrag laten zien waarbij ze juist afstand creëren: afwijzen, boos reageren of kwetsende dingen zeggen. Dat zogeheten aantrekken en afstoten is voor veel gezinshuisouders herkenbaar.

“Soms zeggen ze echt lelijke dingen of duwen ze je weg,” vertelt Lisa. “Dat aantrekken en afstoten, dat hoort erbij. Je weet dat het gedrag ergens vandaan komt. Ze doen het niet om jou pijn te doen, maar omdat ze het zelf ook even niet weten.”
Het vraagt om veerkracht en het vermogen om gedrag niet persoonlijk op te vatten. Tegelijkertijd raakt het. Want betrokkenheid maakt ook kwetsbaar. “Soms denk ik: dit hoort erbij. Maar soms ben ik er ook gewoon verdrietig van. Ze zitten in je hart, dus dan ben je geraakt.” Belangrijk is om te blijven zien waar het gedrag vandaan komt: niet uit onwil, maar uit onvermogen en eerdere ervaringen. “Als het moment voorbij is, ga je weer verbinding zoeken. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer.”

Samen blijven kijken

Zorg dragen voor een kind in een gezinshuis vraagt ook om reflectie. Om samen blijven kijken: wat gebeurt hier, wat vraagt dit van mij, wat heeft dit kind nodig?
“Jelmer en ik hebben het er veel over. Wat zie je, wat voel je, wat gebeurt hier? Soms neemt de één het even over van de ander en dat is fijn. Even afstand nemen als het nodig is.” Ook het netwerk speelt een rol. “Soms schakelen we iemand in, bijvoorbeeld een buurvrouw, familielid of vriendin. Even lucht creëren, zodat het niet te hoog oploopt.”

Vertrouwen als proces

Vertrouwen ontstaat niet in één moment. Het groeit, stap voor stap.

In het nakomen van afspraken.
In voorspelbaarheid.
In blijven, ook als het moeilijk is.

Het vraagt om geduld, om bewust handelen en om het vermogen om achter gedrag te blijven kijken. En zoals Lisa het zelf zegt: “Ze moeten ervaren dat wat jij zegt, ook echt waar is.”
En misschien is dat wel waar vertrouwen echt begint: niet in grote woorden, maar in elke dag opnieuw laten zien dat je blijft.

Gezinshuis starten? Kom naar de informatieavond

Binnenkort geven wij weer een informatieavond voor mensen die overwegen of het starten van een gezinshuis bij hen past.